Problematiek

Hieronder een korte toelichting op veel voorkomende problemen.

Functiestoornissen
Functiestoornissen kunnen zijn:

  • concentratieproblemen
  • gebrekkige taalontwikkeling
  • moeite met het verwerven en verwerken van informatie
  • handicaps

Handicaps hebben vooral betrekking op fysieke problemen als horen, zien en zichtbare motorische problemen.

Ook genetisch bepaalde gedragsstoornissen kunnen van grote invloed zijn op het goed kunnen functioneren.

Leer/studieproblemen
Beperkte leermogelijkheden kunnen samenhangen met:

  • achterblijven van verstandelijke ontwikkeling
  • beperkte aanleg voor verstandelijke ontwikkeling

Herkenning van het probleem en het in kaart brengen van beperkingen kan een kind/volwassene en de ouders of zijn omgeving al een eind op weg helpen. De behandeling richt zich onder andere op het geven van zelfvertrouwen, door juist datgene na te streven wat binnen de mogelijkheden ligt en wat binnen de eigen grenzen haalbaar is.

Bij volwassenen biedt het herkennen van in het verleden ‘mentaal/emotioneel’ geleden schade nieuwe kansen om in de toekomst beter te functioneren.

Gedragsproblemen
Veel voorkomende gedragsproblemen zijn:

  • gebrekkig communiceren
  • weinig empathie
  • slecht kunnen anticiperen, delen en samenwerken
  • onvoldoende gedragsregulering.

De belangrijkste reden om een doel te hebben ligt in dat wat het van je maakt om het te bereiken. Hoe het je verandert zal altijd van veel meer waarde zijn dan datgene dat je bereikt.” – Jim Rohn

Factoren die hierin een rol spelen en waarvan beschadigingen bij ieder individu in iedere fase kunnen optreden zijn:

Het ‘goed’ of ‘verkeerd’ leren
Dit heeft onder andere te maken met het ontbreken van de juiste voorbeelden, waaraan ieder individu zich in zijn ontwikkeling spiegelt. tevens is van invloed of sociale vaardigheden, normen en waarden, grenzen trekken en onderscheiden van goed en kwaad zijn aangeleerd en bijgestuurd onder goede omstandigheden.

Het kunnen leren
In hoeverre is men in staat de aangeboden kansen te toetsen, te leren van ervaringen en ervaringen toe te passen in een maatschappelijke situatie als zelfstandig opererende volwassene. Ieder functioneren kan op elk moment stagneren en hindernissen veroorzaken in het samenleven en/of de samenwerking met de omgeving, als sociale basisvaardigheden en kennis hiervan ontbreken.

Het willen leren
Door ‘ingebakken’ (gedrags)patronen is het voor mensen vaak moeilijk om zelf een oorzaak te vinden om ten positieve te veranderen. Vaak gaat dit gedrag gepaard met het verzinnen van trucs, op de tenen lopen en soms met behulp van leugens in een illusie blijven hangen om ten koste van alles te blijven functioneren. Dit kan leiden tot fysieke, sociale en/of mentale beschadigingen. Deze beschadigingen kunnen weer confrontaties met de omgeving veroorzaken, waarvan de herkomst nog maar moeilijk traceerbaar is.

Goed onderricht leert op de kortst mogelijke wijze wat men moet najagen en wat men dient te vermijden, en laat niet, nadat het kwaad geschied is, zien: dit is slecht afgelopen, wees er in het vervolg voor op uw hoede, maar het roept u vóór u de zaak aanpakt toe: als u dit doet, zult u zich schande en onheil op de hals halen. Laten we dus deze drievoudige band vlechten: dat het onderricht de natuur leidt en dat de oefening het onderricht voltooid.” – Desiderius Erasmus 1466-1536, Nederlands renaissance geleerde, theoloog en humanist, in ‘De libero arbitrio diatribe’, ‘Over opvoeding en vrije wil’ (1524)

  • Wat vind je belangrijk in het contact met mensen?

  • Wat is het beste advies dat je ooit hebt gekregen?

  • Wat was een belangrijk keerpunt?

  • Waar voel jij je als een vis in het water?

  • Wie vraag je om hulp?

  • Wat geeft jou een lente gevoel?

  • Wat geeft je energie?

  • Wat heb je nodig om te kunnen presteren?

  • Hoe maak je een keuze?

  • Waar ben je trots op?

  • Voor welk probleem ben jij de oplossing?

  • Waar zie jij jezelf over tien jaar?

  • Wanneer voel jij je bijzonder?

  • Waar geloof je in?

  • Wat geeft jouw leven kleur?

  • Hoe maak je gebruik van jouw lichaamstaal?

  • Hoe belangrijk is duidelijkheid voor jou?

  • Hoe weet je wat iemand nodig heeft?

  • Hoe geef jij je grenzen aan?

  • Welk gevoel zou je vaker willen hebben?

  • Waar ben je goed in?

  • Met welk middel bereik jij je doel?

  • Waar kijk je naar uit?

  • Met wie wil je eigenlijk werken?

  • Hoe leer je?

  • Waarvan ga je glimlachen?

  • Wat vind je belangrijk in een samenwerking?

  • Wat is je volgende stap?